|
Oorsprong en verklaring van het stadswapen: (terug) Het wapen is sprekend, mons fortis, met de kleuren
van Gelre. De hertogen van Gelre lieten hier in 1251-1267 een versterkt
kasteel bouwen, waaromheen de latere plaats is ontstaan. Bij de aanvraag
van het wapen werd de berg van sinopel gevraagd, maar niet toegewezen.
Wanneer het wapen als zodanig is ontstaan is niet duidelijk, wel noemt Van
den Bergh al een 17e eeuws zegel met het wapen. |
|
|
| (terug) |
Net
buiten het Midden-Limburgse dorp Montfort ligt de indrukwekkende kasteelruïne
van het Huys Montfort. Van hieruit werd van 1250 tot 1794 een groot deel van het
huidige Midden-Limburg bestuurd. Deze onneembare vesting, met z'n metersdikke
natuurstenen muren, heeft in al die eeuwen een stempel gedrukt op de
geschiedenis van de streek, waarover talloze archiefstukken uitgebreid over
informeren. En ook nu nog domineert de kasteelruïne de omgeving.

| (terug) |
Even
ten westen van het dorp Montfort liggen de muurresten van het eens zo sterke
kasteel Montfort, dat daar omstreeks 1260 door de eerste Heer van Montfort,
Hendrik van Gelre, gebouwd werd op een door water omgeven heuvel. Door z'n
ligging en z'n metersdikke natuurstenen ringmuur was het kasteel praktisch
onneembaar. Bij Hendrik van Gelre's gewelddadige dood in 1285 kwam het kasteel
en het daarbij behorend gebied (het Ambt Montfort) in het bezit van graaf
Reinoud I van Gelre. Sindsdien was het de meest zuidelijke burcht van het
uitgestrekte graafschap Gelre.
Reinoud
I van Gelre bouwde een vijfde toren op het kasteel, die vanwege de donkere kleur
van het natuursteen al gauw de naam van grauwe toren of Grauwert kreeg. Deze
toren is vanwege z'n vorm uniek voor Nederland. Nergens anders staat een toren
die vanuit een ronde achterkant uitloopt in een scherpe punt en daardoor als het
ware als een scheepsboeg uit de frontmuur van het kasteel steekt. Graaf Reinoud
I heeft zelf niet veel plezier aan deze toren beleefd: hij werd er immers van
1320 tot aan z'n dood in 1326 door z'n eigen zoon Reinoud II in gevangen
gehouden.
Tijdens
het bewind van deze Reinoud II (1316-1343) nam het belang van het kasteel
Montfort toe: vanwege het uitbreken van de Honderdjarige oorlog tussen Engeland
en Frankrijk in 1337 verbleef Reinoud regelmatig in het zuiden van z'n gebied om
zich vandaaruit met de ontwikkelingen in deze oorlog bezig te houden. Montfort
was de meest zuidelijke vesting, vandaar dat hij daar veelvuldig en langdurig
met z'n omvangrijke hof verbleef. Dit verblijf stelde hogere eisen aan de
burcht, waaraan dan ook in 1342 en 1343 omvangrijke bouwwerkzaamheden
plaatsvonden die het kasteel omvormden tot een zwaar verdedigde hertogelijke
residentie met een uiterst omvangrijke bezetting: 2 poortwachters, 2
steenslingeraars, 2 torenwachters, 5 overige wachters, 5 ridders, kok, 2
koetsiers, wagenknechten, paardenknechten, timmerman, ruwwerkers, cameneer en
tenslotte de drossaard, een hoge ambtenaar die namens de Heer van Montfort het
gebied bestuurde.
Gedurende
de 14e en 15e eeuw gold het kasteel Montfort als een praktisch onneembare
vesting. Daar kwam aan het eind van de vijftiende eeuw met de opkomst van het
kanon verandering in.
In
1492 werd het kasteel door Karel van Egmond verpand aan Robrecht van Aremberg,
die van uit het kasteel talloze rooftochten ondernam. We lezen in de
parochie-archieven van Montfort dat het Huys in die tijden bekend stond als 'het
grootste roversnest en boevenoord dat er onder de zon bekend was!'
Dit
zag de beroemde Maximiliaan van Oostenrijk als een gegronde reden om het Ambt
Montfort binnen te vallen. Op 13 juli 1493 viel Nieuwstadt, Roermond gaf zich
zonder vechten al over, maar Montfort hield stand. Na een maandenlang beleg
wisten de troepen van Maximiliaan het kasteel in te nemen. Meteen ondernamen de
Geldersen een succesvolle tegenaanval, verjoegen de Oostenrijkers en namen hun
commandant samen met 200 manschappen gevangen. Pas in 1505 wist Philips de
Schone, de opvolger van Maximiliaan, Montfort in z'n bezit te krijgen.
De
hevigste klap heeft het kasteel gehad tijdens de Cleefse tijden, 1538-1543. Het
werd toen herhaaldelijk belegerd en blijkt te zijn geweest 'een huys van gewalt'
dat 'es ingenomen ende geheel uytgebrandt, zoodatter nyet en es gebleven dan die
mueren.'
Omstreeks
1550 werd rond de oorspronkelijke burcht een zware vierkante muur opgetrokken
met ronde bastions op de hoeken, bedoeld om hierop met kanonnen te kunnen
manoeuvreren. Dit plan komt duidelijk naar voren op een tekening van het kasteel
uit 1623.

Hierop
is zichtbaar dat rondom het kasteel een buiten- en binnengracht lagen. De
binnengracht lag tussen de voorhof en de eigenlijke kasteeltoegang, de
buitengracht rond de voorhof en het kasteel. Tussen 1632 en 1643 werden de
vestingwerken opnieuw hersteld.
In
1685 eindigde het bestaan van het verdedigingskasteel. De zware vestinggordel
werd voor sloop verkocht, waarna de grachten werden gedempt. Tegelijk werd de
heuvel rondom de kasteelmuren afgegraven. Deze afgraving ging zo ver dat men
thans de opvallend onregelmatige funderingsmuren boven het maaiveld ziet
uitsteken. In 1687 werd de Grauwert opgeblazen ter verkrijging van bouwmateriaal
voor elders en ten behoeve van de bouw van een nieuwe boerderij op de voorhof.
De woon- en bedrijfsruimten van de hoofdburcht heeft men toen bewust gespaard en
omgevormd tot een woonkasteel. In 1687 verdwenen tevens de zuidoost- en
zuidwesttoren. Rond 1700 werd aan de zuidzijde van het kasteel een Franse tuin
aangelegd met omhoog lopende terrassen.
Bijna
een eeuw na deze omvangrijke sloop- en ombouwwerkzaamheden volgden tussen 1781
en 1786 opnieuw openbare verkopen ter verkrijging van bouwmaterialen, waardoor
de Fransen in 1794 een gesloopt kasteel aantroffen.
In
1840 werd op de noordoostelijke torenvoet een bakstenen gebouw opgetrokken, dat
als jachtverblijf dienst deed. Later (tot omstreeks 1930) werd het slotplein van
het kasteel gebruikt als tuin en boomgaard en deed het jachtslot dienst als
tuinhuis. In 1952 kwam de kasteelruïne in het bezit van de Stichting Kasteel
Valkenburg, waaruit de Stichting Kasteel Montfort geboren is. Samen met
Heemkunde Vereniging Roerstreek, de gemeente Montfort en de Monumentenzorg
vonden in 1976-1981 omvangrijke consolidatiewerkzaamheden van de kasteelruïne
plaats.
| (terug) |
Hendrik van Gelre, de bouwheer van het kasteel Montfort,
noemde zich vanaf 1259 Heer van Montfort. Na z'n overlijden is deze titel
blijven voortbestaan. Tot op de dag van vandaag! In de afgelopen 750 jaar zijn
de volgende personen Heer (of Vrouwe) van Montfort geweest:
1258 – 1285
Hendrik van Gelre, bisschop van Luik
1285 – 1326
Reinoud I, graaf van Gelre
1326 – 1343
Reinoud II, graaf en vanaf 1339 hertog van Gelre
1343 – 1371
Reinoud III, hertog van Gelre
1371 – 1377
Mathilda, waarnemend hertogin van Gelre
1377 – 1402
Willem III van Gulik, hertog van Gelre
1402 – 1428
Reinoud IV, hertog van Gelre
1428 – 1473
Arnold van Egmond, hertog van Gelre
1473 – 1477
Adolf van Egmond, hertog van Gelre
1477 – 1538
Karel van Egmond, hertog van Gelre
1538 – 1555
Karel V, koning van Spanje
1555 – 1581
Philips II, koning van Spanje
1581 – 1621
Philips III, koning van Spanje
1621 – 1647
Philips IV, koning van Spanje
1647
Frederik Hendrik, prins van Oranje
1647 – 1650
Willem II, prins van Oranje
1650 – 1703
Willem III, prins van Oranje
1703 – 1740
Frederik Willem, koning van Pruisen
1740 – 1769
Frederik de Grote, koning van Pruisen
1769 – 1794
Willem V, prins van Oranje
1794 – 1813
Franse tijd, geen Heer van Montfort
1813 – 1840
Willem I, koning van Nederland
1840 – 1849
Willem II, koning van Nederland
1849 – 1890
Willem III, koning van Nederland
1890 – 1948
Wilhelmina, koningin van Nederland
1948 – 1980
Juliana, koningin van Nederland
1980 – heden
Beatrix, koningin van Nederland